Gezond werkend naar je pensioen

1
8 min

Gezond werkend naar je pensioen

Er is de afgelopen jaren veel veranderd in onze samenleving. De demografie, economie en arbeidsmarkt zijn anders. Mensen worden steeds ouder en er zijn minder werkenden ten opzichte van gepensioneerden. Mensen werken niet meer hun hele leven bij één werkgever, maar veranderen vaker van baan of gaan ondernemen. Het is belangrijk dat het pensioenstelsel hierop aansluit.

Daarom heeft het kabinet samen met werknemers- en werkgeversorganisaties op 12 juni 2020 een pensioenakkoord gesloten. Dit pensioenakkoord betreft een totaalpakket aan maatregelen met afspraken over o.a. de vernieuwing van het pensioenstelsel, een minder snelle stijging van de AOW leeftijd, een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen en over een pakket maatregelen dat het voor eenieder haalbaar maakt om gezond werkend het pensioen te bereiken.

De verwachting is dat de nieuwe pensioenregels ingaan vanaf 1 januari 2022. Dan moet er echter nog wel het één en ander gebeuren. Nu het pensioenakkoord er is moet het kabinet een wetsvoorstel maken om de Pensioenwet aan te passen. Pas wanneer zowel de Tweede als de Eerste Kamer hiermee instemmen, gaat de nieuwe Pensioenwet in. Vervolgens moeten pensioenfondsen en pensioenverzekeraars hun (administratie)systemen aanpassen.

Maatregelen in het nieuwe pensioenakkoord

De afspraken die het kabinet en sociale partners hebben gemaakt moeten ervoor zorgen dat werkenden in Nederland gezond hun pensioen kunnen halen. Voor een deel betreft het overgangsmaatregelen op de korte termijn, voor een deel structurele maatregelen voor de langere termijn. Een aantal maatregelen ziet toe op duurzame inzetbaarheid en op ondersteuning bij eerder uittreden. In het pensioenakkoord is afgesproken dat hierbij de randvoorwaarde geldt dat er zowel bij individuele werkgevers als werknemers een prikkel moet bestaan om deze regelingen gericht in te zetten waardoor er geen generieke regelingen ontstaan. Op cao-niveau kunnen hier nadere spelregels over worden afgesproken. Sociale partners zijn dus nu aan zet.

Het complete pakket aan maatregelen moet iedereen in staat stellen in zo goed mogelijke gezondheid het pensioen te halen. Het doel is zo snel mogelijk te komen tot een structureel pakket aan maatregelen, dat uiterlijk in werking kan treden voor de afloop van de bovengenoemde overgangsmaatregelen.

1. AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd wordt door de overheid minimaal 5 jaar van tevoren voor iedere geboortedatum vastgesteld, zodat mensen over deze periode eventueel een uittredeplanning kunnen maken. De AOW-leeftijd is nu tot 2025 bekend. Vanaf 2025 is de verhoging van de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld 8 maanden langer doorwerken en gemiddeld 4 maanden langer AOW-pensioen. Op basis van de AOW-leeftijd kan tot 2025 per geboortejaar van werknemers in de branche met behulp van beschikbare gegevens van het pensioenfonds berekend worden wanneer zij naar verwachting zullen uitstromen.

2. Tijdelijke subsidieregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden

Met de tijdelijke subsidieregeling worden sectorale maatwerkafspraken rondom duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden gefaciliteerd. Het kabinet stelt hiervoor € 960 miljoen beschikbaar in de periode van 2021 t/m 2025. Sociale partners in sectoren kunnen in samenwerkingsverband subsidie aanvragen. Dit maakt het mogelijk om het vergroten van duurzame inzetbaarheid in de branche te continueren en/of te intensiveren.

Subsidie sectoranalyse

De minister van Sociale zaken en werkgelegenheid kan een subsidie van € 20.000 verstrekken voor de uitvoering van een sectoranalyse. De hoofdaanvrager vraagt deze aan namens een samenwerkingsverband van werknemersorganisaties en werkgeversorganisaties, eventueel aangevuld met een brancheorganisaties, O&Ofondsen of arbeidsorganisaties in een sector.Een sectoranalyse kijkt ten minste vijf jaar vooruit en geeft in ieder geval:

  • een onderbouwing van de omvang en samenstelling van het aantal werkenden in de sector;
  • het aandeel mkb-ondernemingen in de sector; en
  • een beschrijving van de problematiek met betrekking tot duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden in de sector.
    De projectperiode van een sectoranalyse bedraagt ten hoogste 3 aaneengesloten maanden. Bij een subsidieverlening wordt een voorschot van 100% verleend.

Subsidie activiteitenplan

Er wordt subsidie verleend voor activiteiten die zijn opgenomen in een integraal activiteitenplan dat is gebaseerd op een analyse van de meerjarige opgaven waarvoor de sector staat. De subsidieverlening geschiedt op basis van cofinanciering. De projectperiode bedraagt ten hoogste 24 aaneengesloten maanden. Het aangevraagde subsidiebedrag bedraagt ten minste € 250.000,-, exclusief overhead. Na goedkeuring van het activiteitenplan kan een voorschot van 10% van het subsidiebedrag worden verstrekt. Na ontvangst van het tussentijds voortgangsverslag kan een tussentijds voorschot worden verleend tot een maximum van 80% van het subsidiebedrag. De subsidie moet betrekking hebben op een of meer van onderstaande thema’s. De subsidie mag niet alleen betrekking hebben op het thema bedoeld onder e.
a. het bevorderen van gezond, veilig en vitaal werken;
b. het bevorderen van goed werkgeverschap en goed opdrachtgeverschap;
c. het stimuleren van een leven lang ontwikkelen en arbeidsmobiliteit van werkenden;
d. het bevorderen van bewustwording en van de eigen regie van werkenden op hun loopbaan; of
e. het treffen van maatwerkafspraken rondom eerder uittreden.

Duurzame inzetbaarheid (50%)

De subsidie voor de vermelde thema’s onder a t/m d bedraagt maximaal 50% van de kosten. Opleidings- en scholingskosten, met uitzondering van de kosten voor kortdurende training van of workshops voor groepen, zijn niet subsidiabel.

Eerder uittreden (25%)

De subsidie voor maatwerkafspraken rondom eerder uittreden (thema e) bedraagt maximaal 25%. Sociale partners wordt gevraagd de keuze voor een specifieke groep oudere werknemers in hun sector, die vanwege de zwaarte van het werk een individuele uitkering aangeboden krijgt, te onderbouwen met een analyse. Regelingen voor eerder uittreden hebben altijd een vrijwillig karakter.

Samenwerkingsverband en hoofdaanvrager

Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend door een samenwerkingsverband op sectoraal niveau van werknemers- en werkgeversorganisaties. Een samenwerkingsverband kan worden aangevuld met een of meer brancheorganisaties, O&O-fondsen of arbeidsorganisaties in een sector. De hoofdaanvrager vraagt namens een samenwerkingsverband subsidie aan. Als hoofdaanvrager kan een werkgeversorganisatie of een werknemersorganisatie optreden die ten tijde van de subsidieaanvraag ten minste twee jaar bestaat.

Aanvraagtijdvak

In de periode 2021 t/m 2025 wordt naar verwachting in totaal vier keer een aanvraagtijdvak opengesteld voor een subsidie voor een activiteitenplan. In de jaren 2021 en 2022 zullen een eerste en een tweede aanvraagtijdvak worden opengesteld voor activiteitenplannen. In de jaren 2023 en 2024 is in een derde en vierde aanvraagtijdvak een vervolg op de reeds lopende activiteitenplannen mogelijk en staat een mogelijkheid open voor late aanvragers. Daarnaast wordt in totaal twee keer een aanvraagtijdvak opengesteld voor een forfaitaire vergoeding voor een sectoranalyse. Het precieze moment van openstelling van de tijdvakken en het beschikbare budget wordt, voorafgaand aan de opening van elk aanvraagtijdvak, per keer vastgesteld en tijdig gepubliceerd in de Staatscourant.

3. Meerjarig investeringsprogramma duurzame inzetbaarheid

Het kabinet heeft per 2020 een budget van € 10 miljoen structureel beschikbaar gesteld als bijdrage aan beleid, gericht op gezond werken tot het pensioen. Dit budget wordt ingezet voor een meerjarig investeringsprogramma duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen. De afgelopen maanden is samen met de Stichting van de Arbeid (hierna de Stichting) een eerste invulling gegeven aan het programma. Het programma biedt een boven sectorale, structurele en aanvullende ondersteuning aan werkend Nederland (werkenden, werkgevers, ZZP’ers en professionals) op het gebied van duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen. Het programma is overkoepelend van aard en versterkt en verbindt praktijk en kennis. De invulling van het programma verloopt via twee sporen: creëren van bewustwording en verspreiden en toepasbaar maken van bestaande kennis en interventies. De komende tijd wordt in de Stichting gesproken over de verdere invulling van het programma. Andere partijen zoals O&O-fondsen, brancheorganisaties en kennisinstellingen worden ook betrokken bij de verdere vormgeving en uitvoering van beide sporen.

4. Onderzoek uittreden na een aantal dienstjaren

Sociale partners en het kabinet zijn het onderzoek gestart naar de vraag of het mogelijk is om het moment van uittreden onder voorwaarden te koppelen aan het aantal dienstjaren, bijvoorbeeld 45. Het onderzoek zal naar verwachting eind 2020 worden afgerond, waarna het kabinet dit zo spoedig mogelijk met sociale partners zal bespreken.

5. Mogelijkheden inzet toeslagen voor pensioen

In het pensioenakkoord hebben het kabinet en de sociale partners afgesproken te onderzoeken hoe toeslagen omgezet kunnen worden in individuele vrijwillige pensioenopbouw. In cao’s zijn voor functies met zware beroepen relatief vaak vormen van toeslagen opgenomen, bijvoorbeeld voor onregelmatigheid, overwerk en inconvenienten.

6. Aanpassing RVU-heffing en uitbreiding verlofsparen

In de voortgangsrapportage uitwerking pensioenakkoord zijn de hoofdlijnen voor de wetgeving weergegeven van de twee resterende maatregelen uit het pensioenakkoord die zien op duurzame inzetbaarheid en vervroegd uittreden: de introductie van een drempelvrijstelling in de RVU-heffing (regeling vervroegd uittreden) en de uitbreiding van het aantal weken verlof dat fiscaal gefaciliteerd opgespaard kan worden. De voorbereidingen van dit wetsvoorstel zijn in een vergevorderd stadium. De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2021. Concreet wordt met dit wetsvoorstel beoogd mogelijk te maken dat werkgevers in de (maximaal) drie jaar vóór de AOW-leeftijd aan hun werknemers een bedrag kunnen meegeven dat na vermindering met de loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen gelijk is aan het nettobedrag van de AOW-uitkering (netto-AOW), zonder dat hierover een RVU-heffing door de werkgever is verschuldigd.

Wissenraet Van Spaendonck biedt ondersteuning

Wissenraet Van Spaendonck biedt onafhankelijke en professionele ondersteuning bij het maken van sectorale maatwerkafspraken over duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden. Wij zorgen ervoor dat de projecten succesvol verlopen door het verzorgen van het projectmanagement en cao-partijen te helpen bij de formulering van de diverse activiteiten, subsidieaanvragen, keuze van de uitvoerders, communicatie naar werkgevers en werknemers, evaluatie van de projecten en bij de opstelling van de uiteindelijke subsidieverantwoording. Daarbij maken wij gebruik van onze expertise op het gebied van arbeidsmarktvraagstukken, projectmanagement, subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds en het voeren van financiële administraties.

In dit artikel:

Over ons

Jettie Steenbergen is sinds 2000 werkzaam als paritair- en verenigingsmanager voor verschillende sociale fondsen en branches. Haar expertise ligt op het vlak van arbeidsmarktprojecten, arbeidsvoorwaarden, duurzame inzetbaarheid, ontwikkeling en onderwijs, subsidietrajecten en cao. Haar passie ligt in het meedenken en inspireren van de klant met het oog op vooruitgang. Daarnaast heeft Jettie veel ervaring opgedaan als projectleider, interimmanager en strategisch adviseur bij verschillende sociale fondsen. Daarbij gaat het om het borgen van de continuïteit van de werkzaamheden, maar ook om vooruitgang te boeken door middel van innovatie en verbeter- en efficiencyvoorstellen, waardoor de organisaties zich verder kunnen professionaliseren.

Blijf op de hoogte van de laatste info

Nieuwsbrief

Ontvang onze whitepapers en artikelen in je postvak!