Innoveren door te verenigen

8 mrt 2017

De vereniging speelt in toenemende mate een rol in innovatie. Hierbij helpt de vereniging haar leden ‘groeien’ door zowel het individuele lid te faciliteren in zijn innovatieslag als door het collectief te sturen en te stimuleren om tot innovatie van de sector dan wel vergroting van de markt te komen.

Organisaties die willen innoveren doen dat geregeld door samenwerkingsverbanden aan te gaan. Door kennis met elkaar te delen en van elkaar te leren, lukt het organisaties gezamenlijk nieuwe producten en diensten te ontwikkelen, nieuwe markten te creëren en nieuwe organisatiemodellen te bedenken. Binnen die samenwerkingsverbanden kan onderscheid worden gemaakt naar het type organisaties dat samenwerkt. In het geval van ketensamenwerking liggen de organisaties in het verlengde van elkaar. Het is echter ook mogelijk dat zij concurrenten van elkaar zijn, dan spreken we van coöpetitie. Verenigingen kunnen een belangrijke rol spelen in het faciliteren van samenwerkingsverbanden die gericht zijn op innovatie.

Vereniging 3.0 Het idee van de innovatieve vereniging is wat Vereniging 3.0 wordt genoemd. Vereniging 3.0 kenmerkt zich door een onderscheidende focus. De focus ligt op de sector en de markt waarbij de vereniging zich bezighoudt met wat er leeft onder klanten van leden: wat zijn hun behoeften? Wat zijn de bewegingen die ze maken? Dit is anders dan Vereniging 1.0 en 2.0 waar de focus meer intern gericht is op de verenigingsorganisatie en op de leden. De verschillende foci zien we terug in de kerntaken van de vereniging. Waar verenigingen traditioneel gericht zijn op belangenbehartiging en branche- en beroepsordening, zien we dat verenigingen 3.0 zich daarnaast in toenemende mate gaan richten op innovatie.

De vereniging als intermediair voor innovatie De vereniging kan verschillende functies op zich nemen als intermediair voor innovatie (zie de figuur hieronder). Er zijn zes functies te onderscheiden die elk te koppelen zijn aan: - Een focus op inhoud of het proces van innovatie; - Een focus op het scheppen van randvoorwaarden voor dan wel de realisatie van innovatie.

1. Kenniscentrum-functie: de vereniging heeft een centrale positie en heeft daarmee het vermogen om kennis te verzamelen over de ontwikkelingen en trends in het veld. Meer actief, genereert de vereniging ook zelf kennis. Dit kan bijvoorbeeld door zelfstandig onderzoek of samenwerkingsrelaties aan te gaan met kennisinstituten, aanpalende verenigingen of stakeholders. Met de kennis die beschikbaar wordt gesteld kunnen ondernemers bijvoorbeeld geïnspireerd worden in hun innovatiestrategie of kunnen er nieuwe business- en verdienmodellen worden ontwikkeld.

2. Training en opleiding: met alle kennis in huis, ligt er ook een rol weggelegd in het organiseren van training en opleiding voor leden. Leden worden dan getraind om meer expertise dan wel vaardigheden te krijgen in het kader van de innovaties die de vereniging agendeert. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van nieuwe technologie of marketingmethodes.

3. Matchmaking: in de rol van matchmaker wordt eerst in kaart gebracht en vastgelegd op welke innovaties leden zich richten en welke doelen zij hierbij hebben. Dit geeft vervolgens de mogelijkheid om leden op basis van deze innovatiethema’s en –doelen aan elkaar te koppelen zodat zij hierop kunnen samenwerken. De vereniging kan dit faciliteren in de vorm van bijvoorbeeld (ad-hoc) werk-, projectgroepen of digitale platforms.

4. Scale up: een vervolg op matchmaking kan scale up zijn. Succesvolle innovatieprojecten worden door de vereniging verder uitgewerkt en ondersteund met tijd en middelen. Meer leden worden in deze fase betrokken om de innovatie verder uit te werken.

5. Normering en standaardisatie: als vereniging versterk je het innovatief vermogen van de sector door zelf-regulering, waarbij de laatste innovaties de nieuwe norm van kwaliteit bepalen. Aanpassing en handhaving van kwaliteitsstandaarden aan het niveau van de ‘kopgroep’ en stimuleren en het ondersteunen ‘achterblijvers’ zijn daarbij het devies.

6. Exploitatie: verenigingen hebben, tot slot, in het uitdragen en promoten van innovatie naar de markt en derden. Succesvolle product, proces- of marktinnovatieprojecten worden zo in de markt gezet ten behoeve van het collectief profijt van de leden. Exploitatie behoeft uiteraard een gedegen plan van aanpak met bijbehorende tijd en middelen.

Deze functies en de rol die de vereniging kan vervullen als innovatie-intermediair worden beschreven in een artikel in VM 4 door Ivan Pouwels en Denise van Bemmel.

Doe mee aan de learning lab van Ivan Pouwels en Ferry Koster tijdens het DNA-jaarcongres.

Tekst: Denise van Bemmel en Ivan Pouwels, VM-online.

Download onderzoeksartikelen op www.kenniscentrumicoon.nl