rene
 
 

Publicaties

         
   
Fons Ceelaert, manager Industrie in het FD: "Geef maakindustrie meer aandacht"
Geschreven door Fons Ceelaert   

Het kabinet stimuleert ­negen topsectoren maar laat de maakindustrie in de kou staan. Kleinere industriële sectoren zitten te veel ‘onder de radar’; een gemiste kans om de internationale concurrentiekracht te versterken. Steeds meer hoogwaardige industriële activiteiten lekken zo onnodig weg naar lagelonenlanden. Geef dit vakmanschap meer aandacht, anders sterft de sector over twintig jaar uit. Dit is funest voor de slagkracht van onze economie.

Van de beroepsbevolking werkt 16% in de industrie, die goed is voor ongeveer € 23 mrd aan omzet in 2010, voor 50% bijdraagt aan de economische groei en goed is voor 80% van de R&D-investeringen. Behoud daarvan moet een van de troefkaarten van het kabinet zijn.

De overheid richt zich te veel op multinationals en hightechbedrijven. Er moeten keuzes worden gemaakt, maar de accenten liggen niet goed. De kleinere, hoogwaardige maakindustrie krijgt onvoldoende steun door de sterke lobby van de hightechindustrie. De toegevoegde waarde van het ambacht wordt zo onderschat.

Een rapport van het Economisch Bureau ING stelt dat de maakindustrie de komende twee decennia jaarlijks harder kan groeien dan de afgelopen twintig jaar, als Den Haag zich voor die sector inzet. De industrie kan dan een belangrijke rol blijven spelen op het wereldtoneel.

De maakindustrie heeft een rijk geschakeerd palet aan branches die prachtige producten maken voor de wereldmarkt. Traditionele branches als de textiel, schoen- en lederwarenindustrie, zijn gekrompen, maar overleven juist door het tonen van creativiteit, behoud van kennis en eigen productie. Ze ontwikkelen nieuwe product-marktcombinaties en zijn belangrijke nichespelers met een sterke exportpositie. Dat geldt ook voor de houtwarenindustrie, de borstel- en kwastenindustrie en de zeilmakerijen. Het zijn vaak familiebedrijven met een rotsvast geloof in een toekomst hier. Ze besteden continu aandacht aan automatisering, marketing, efficiënt produceren en investeren in de vak­bekwaamheid van medewerkers.

De maakindustrie is te bescheiden. Of het nu over grote zeezeilen,hippe tassen, verfkwasten, duimstokken of deuren gaat, vaak is de reactie: schitterend dat dit nog in Nederland wordt gemaakt. Maar het belang reikt verder, denk aan gerelateerde activiteiten als verpakken en vervoeren van eindproducten, marketing, financieel-fiscale dienstverlening en scholings- en kennisinstuten.

Nederland overleeft niet als alleen maar een kennis- en diensteneconomie. De ambachtelijke maakindustrie is een kweekvijver voor innovatie en draagt bij aan het vergroten van de kenniseconomie. Het innovatieve en hoogwaardige niveau ervan wordt sterk onderschat. Met het verdwijnen van de ambachten gaat veel kennis en slagkracht verloren.

De mondiale productieschuur staat nog in China, maar de trend is dat afnemers producten naar Europa terughalen. China wordt duurder vanwege loonstijgingen en meer aandacht voor arbeidsomstandigheden en milieu. Maar de trend heeft vooral te maken met leveringsbetrouwbaarheid, co-makerschap, kwaliteit en het kunnen leveren in kleinere series. Dit zijn geen lege begrippen, de afnemer is bereid iets meer te betalen voor deze toegevoegde waarde van de Europese producent.

Nederland kan aantrekkelijk blijven voor de maakindustrie als het ondernemers steunt met soepeler vergunningen en bestemmingsplannen; andere Europese landen steunen de kleine industrie immers ook. Juist in deze tijden van financieel-economische onzekerheid is dat van groot belang. Een sector die niet wordt gezien als een substantiële pijler van de economie zal het lastiger hebben om middelen te verwerven voor investeringen.

 Mr. Fons J.M. Ceelaert is ­manager Industrie bij Wissenraet Van Spaendonck.

Download hier het artikel