|
Humor en ernst in de polder | SER Magazine |
|
Geschreven door Berber Bijma
|
|
Humor en ernst in de polder
Blijven werkgevers en werknemers elkaar in de toekomst opzoeken om belangrijke knopen door te hakken? Veel polderhoofdrolspelers zijn optimistisch. Het polderoverleg is een blijvertje, concluderen zij uit hun ervaringen in de afgelopen jaren.
Berber Bijma ‘Eind jaren tachtig zat ik bij de onderwijsbond en onderhandelden wij over een nieuwe cao voor het hbo. Aan de orde was een ouderschapsverlofregeling, dat was toen nieuw. Wij wilden daar drietiende procent voor, maar de werkgevers wilden niet verder gaan dan ééntiende. We kwamen daar op de eerste dag niet uit. ’s Avonds was het ‘socializen’ aan de bar. Veel van de werkgevers hadden echt te veel gezopen. Dus wij zeiden: daar gaan we gebruik van maken. De volgende ochtend om 9 uur legden we meteen het punt weer op tafel: we hadden drietiende afgesproken, dat klopt toch? Nog niet eens alle werkgeversonderhandelaars waren uit bed, anderen zaten met koppijn. Dus die zeiden: jaja, dat is goed.’ Met cao-onderhandelingen kun je nog best eens lachen, blijkt uit de woorden van Henk van der Kolk (FNV Bondgenoten) in De polder spreekt – een bundel interviews uitgegeven door bureau Wissenraet Van Spaendonck ter gelegenheid van een congres over de polder op 10 juni, een dag na de verkiezingen. De geïnterviewden halen anekdotes op waar ze zelfs na jaren nog smakelijk om kunnen lachen. Niet alleen grappen die ze zelf uithaalden, maar ook opzetjes van de tegenpartij. Voormalig voorman van de metaalwerkgevers Hans van den Akker vertelt hoe de vakbonden, nadat de werkgevers verder overleg hadden afgezegd, tóch naar het werkgeverskantoor trokken, met een NOS-cameraploeg in hun kielzog. ‘Bonden staan voor gesloten deur’, was het nieuws, bij beelden van vakbondsmensen die door de ramen naar binnen keken. Ver weg van de automatische schuifdeur.
Ongeschreven regels Maar onderhandelen is niet alleen maar grappig en anekdotisch. Het is ook een serieuze bezigheid, die niet iedereen in de vingers heeft. Een van de belangrijkste ongeschreven regels: accepteer de balans tussen uitdelen en incasseren. Gun de tegenstander een overwinning, in de wetenschap dat het de volgende keer andersom is, zeggen verschillende onderhandelaars. Ook belangrijk: kom niet te snel met resultaat naar buiten, al ben je er samen snel uit. ‘Dat kost je geloofwaardigheid. Het moet nu eenmaal een tijdje duren’, zegt oud-CNV-voorman Doekle Terpstra. ‘Dan gaan we maar klaverjassen.’ In de ene sector duurt het onderhandelen traditiegetrouw langer dan in de andere. Maar vroeg of laat wordt toch een akkoord bereikt: ‘Er is voor alle partijen de zekerheid dat je er altijd uitkomt. Op het eind staan we met champagne en feliciteren we elkaar’, zegt Aart van der Gaag, directeur van de Algemene Bond Uitzendondernemingen.
Populistisch Over de toekomst van de Nederlandse polder en de onderhandelingscultuur zijn de meeste geïnterviewden het wel eens: die houdt wel stand. Alleen VNO-NCW’er Niek Jan van Kesteren is somberder: ‘Het hangt sterk af van hoe de maatschappij zich ontwikkelt. Als dat doorgaat in de huidige populistische richting, zie ik weinig toekomst voor het traditionele overlegmodel.’ Sommige ‘polderspelers’ pleiten voor meer ruimte voor individuele afspraken en flexibiliteit in cao’s. Doekle Terpstra voorspelt een omkering van cao’s naar individuele arbeidsovereenkomsten. Maar oud-FNV-onderhandelaar Wilna Wind vindt dat werknemers met een cao die veel ruimte biedt voor individuele keuzes, door de bomen het bos niet meer zien. ‘Het leek fantastisch, maar het leverde veel gezeur op’, zegt ze over afgesloten cao’s met enkel raamafspraken. ‘Uiteindelijk is het in wezen kiezen tussen tijd of geld.’
lees verder..
|